Navigatie overslaan
Sluit je aan

Gratis inloggen

Praat mee op onze sites, beheer je gegevens en abonnementen, krijg toegang tot jouw digitale magazines en lees exclusieve verhalen.

Door in te loggen bevestig je dat je de Algemene Voorwaarden en Privacyverklaring van de EO hebt gelezen en begrepen.

Hulp nodig?

Check de veelgestelde vragen.

Uitgelichte afbeelding

‘Eén blik in haar ogen en ik weet: ze prikt dwars door mijn façade heen’

gisteren · 10:00Eva

Update: gisteren · 10:08

Nadat de oudste dochter van pleegmoeder Amy eens van een paard werd gelanceerd, vindt ze de sport maar spannend. En vooral nu haar jongste dochter voor het eerst gaat proberen. “Mama, ik zie dat je het heel spannend vindt.”

Paardrijden lijkt haast een familietraditie bij de meiden in ons gezin. Eén ding is zeker: dat talent hebben ze niet van mij.

Nu is de jongste aan de beurt. En eerlijk? Ze ziet er té schattig uit. Haar paardrijcap iets scheef, haar laarsjes net iets te groot – alsof ze er al helemaal thuishoort. Mijn hart smelt.

Maar gesmolten harten zijn waardeloos als je moet loslaten. En dat is precies wat ik nu moet doen. Mijn kleine meisje overgeven aan zo’n enorm paard.

Eva nieuwsbrief

Schrijf je in voor de Eva nieuwsbrief en ontvang elke vrijdag een selectie van levensverhalen, artikelen over mentale weerbaarheid, gezondheid en liefde & relaties in je inbox.

Lees onze privacyverklaring.

Bij de eerste die begon met paardrijden hield ik mezelf nog voor de gek. “Ze vallen er toch nooit af?”, “Die paarden zijn toch supermak?” Totdat mijn oudste dochter het levende bewijs leverde dat dat fabeltje niet klopte. Ze werd keihard van het allermakste paard gelanceerd en belandde midden in de paardenstal. Sindsdien weet ik beter.

En nu sta ik hier weer. Dit keer met haar. Dit kleine, dappere meisje. Ze zeggen dat paarden angst kunnen voelen. Ik doe mijn best om die van mij te verbergen. Maar haar hou ik niet voor de gek.

“Mama, ik zie dat je het heel spannend vindt.”

Eén blik in haar ogen en ik weet: ze prikt dwars door mijn façade heen.

Eén blik in haar ogen en ik weet: ze prikt dwars door mijn façade heen.

“Dat klopt, liefje”, geef ik toe. “Maar ik weet zeker dat jij het kunt.”

En dan adem ik diep in. Ik voel de spanning in mijn borst, de angst om haar los te laten. Maar tegelijk weet ik: ik hoef het niet alleen te doen.

Heer, ik leg haar in Uw handen. U die haar kent, U die haar vasthoudt, zelfs als ik moet loslaten.

Met dat gebed in mijn hart zie ik haar opstappen. Zelfverzekerd. Stralend. Het paard zet zich in beweging, en ik weet: ze is niet alleen. Ze is nooit alleen.

    Deel dit artikel:

    Meest gelezen

    Lees ook