Dit wist je nog niet over Dietrich Bonhoeffer
gisteren · 11:16
Update: gisteren · 11:17
Dietrich Bonhoeffer spreekt velen tot de verbeelding. Deze Duitse theoloog en verzetsman werd deze week precies tachtig jaar geleden – op 9 april 1945 – geëxecuteerd. In de jaren na zijn dood verschenen diverse geschriften van zijn hand, maar deden ook allerlei verhalen over hem de ronde. Visie gaat een aantal beweringen langs en concludeert: feit of fictie.
Bonhoeffer ging als kind al naar de kerk - fictie
In het gezin Bonhoeffer heerste een goede sfeer, zowel tussen ouders en kinderen als tussen de broers en zussen onderling. Vader Karl was agnost en had geen innerlijke relatie met het christelijk geloof. Moeder Paula wel. Zij kwam uit een familie van theologen, leerde de kinderen bidden, besteedde veel aandacht aan de adventstijd en de periode rond Pasen, maar vond kerkgang overdreven.
De kinderen werden thuis gedoopt. De jonge vrouw die voor de kinderen zorgde, Maria Horn, een hernhutter, heeft veel invloed gehad op de godsdienstige vorming en ontwikkeling van de kinderen.
Een zware slag was de dood van de op één na oudste zoon, Walter, die in 1918 vrijwillig dienst nam en kort voor het einde van de Eerste Wereldoorlog aan opgelopen verwondingen bezweek. Dietrich kreeg Walters bijbel.
Bonhoeffer vond in de zwarte kerk zijn geestelijk thuis - feit
Van grote betekenis voor Dietrich werd het studiejaar dat hij in New York door- bracht (september 1930 tot juni 1931). In de Abyssinian Baptist Church in de ‘zwarte’ wijk Harlem vond hij zijn geestelijk thuis. Hier was Christus de Levende, hier gingen de preken over zonde en genade, hier vond men zichzelf en de eigen waardigheid in Christus terug, en hier ontving men de moed om geweldloos tegen de discriminatie van zwarte Amerikanen te strijden.
In augustus 1931 schreef hij hierover: “Vooral heb ik in de zwarte kerken het evangelie horen preken. Het is in een zwarte kerk niet zo moeilijk om te zien waar de belangstelling van de gemeente wakker wordt en waar dat niet het geval is, omdat de ongelooflijke gevoelsintensiteit van de zwarten telkens uitbarst in luide reacties en onderbrekingen. Het is echter duidelijk dat waar echt over het evangelie gesproken wordt, de betrokkenheid het grootst is.”
Bonhoeffer had een tweelingzus - feit
Dietrich Bonhoeffer kwam op 4 februari 1906 in Breslau (het huidige Poolse Wroclaw) ter wereld, als zesde kind in het gezin, net iets eerder dan zijn tweelingzus Sabine. Toen hij 6 was, werd zijn vader benoemd als hoogleraar psychiatrie in Berlijn en verhuisde het gezin naar de Duitse hoofdstad.
Bonhoeffer was betrokken bij een aanslag op Hitler - feit
Toen duidelijk bleek dat Hitler op oorlog uit was, stak een aantal hoge officieren in de Abwehr, de geheime dienst binnen de Wehrmacht, de hoofden bij elkaar om dit te verijdelen. Bonhoeffers zwager, Hans von Dohnanyi, was er al vroeg bij betrokken. Toen enkelen van die samenzweerders zich in 1938 afvroegen of het Bijbels gezien wel mocht dat je een ‘tyrannenmoord’ pleegde, haalde Hans von Dohnanyi zijn zwager erbij. Bonhoeffer erkende dat je tegen Gods gebod ingaat, en dat het woord van Jezus dat ‘wie het zwaard opneemt ook door het zwaard zal vergaan’ dan ook op hen betrekking heeft. Maar hij stelde ook dat je soms toch je verantwoordelijkheid moet nemen. “Als een dronken man op zaterdagmiddag met hoge snelheid door een volle winkelstraat rijdt, moet je hem achter het stuur vandaan halen.”
In 1940 kwam Bonhoeffer als ‘freelance’ medewerker in dienst van de Abwehr. Op 5 april 1943 werden Bonhoeffer en Hans von Dohnanyi gearresteerd, op verdenking van zelfverrijking. Ze hadden een groep van veertien Joden naar Zwitserland helpen ontsnappen en werden ervan verdacht de nodige deviezen in eigen zak te hebben gestopt. Het proces sleepte zich voort, zonder dat de plannen voor een aanslag ontdekt werden. Na de mislukte aanslag van 20 juli 1944 werd duidelijk dat Bonhoeffer bij de voorbereidingen betrokken was en stond zijn doodvonnis vast.
Bonhoeffer neigde naar vrijzinnigheid - fictie
Zo’n vijftig jaar geleden was Dietrich Bonhoeffer verdacht. Zijn vriend Eberhard Bethge, zijn theologische gesprekspartner, had na de oorlog een klein bundeltje brieven uitgebracht uit Bonhoeffers gevangenistijd. Die waren destijds via een bewaker de gevangenis uit gesmokkeld, want Bonhoeffer mocht officieel alleen met zijn ouders – en later ook met zijn verloofde – corresponderen. Die brieven werden in Duitsland en Amerika uitgegeven en op basis van die teksten concludeerde men: dit is een ‘God is dood-theologie’. In het voorjaar van 1944 had Bonhoeffer namelijk geschreven: “We gaan een religie-loze tijd tegemoet.” Dat was koren op de molen van de theologie van vrijzinnigheid van de jaren zestig en zeventig en Bonhoeffer werd op het schild gehesen als de profeet van de vrijzinnigheid. Maar wat bedóélde Bonhoeffer met die religie-loze tijd? Hij had het over de religie die hij in het Derde Rijk tegenkwam, namelijk dat God samenviel met het volk en met het nationaalsocialisme. Dus bij Bonhoeffer betekende die religie-loze tijd niet het afscheid nemen van God en geloof. Hij zei juist in augustus 1944: “We moeten ons altijd weer heel lang en heel geduldig in het leven, spreken, handelen, lijden en sterven van Jezus verdiepen, om te onderkennen wat God belooft en wat Hij vervult.” En elders schreef hij: “We leven in een tijd waarin de grote woorden van het christelijk geloof, als bekering en wedergeboorte en Heilige Geest, op een of andere manier van hun betekenis zijn ontdaan. Maar er komt een tijd dat die woorden weer zullen spreken en weer kracht zullen uitoefenen. Tot die tijd moeten wij bidden, doen wat recht is onder de mensen en wachten op de dag dat dat Woord weer komt.”
Het leek er dus eerder op dat Bonhoeffer een opwekking verwachtte dan dat hij richting vrijzinnigheid ging. Ook uit bijvoorbeeld Bruidsbrieven uit de cel, een bundeling brieven die hij schreef aan zijn verloofde, blijkt dat er geen theoloog in de vorige eeuw is die zó wist dat God zijn leven leidde, als Bonhoeffer. Ook zijn bekend geworden lied ‘Door goede machten trouw en stil omgeven’ getuigt daarvan.
De familie Bonhoeffer heeft Nederlandse wortels - feit
Er is in Nijmegen een Van den Boenhoffstraat. Die familie Boenhoff is halverwege de zestiende eeuw naar het zuiden van Duitsland gegaan, waar ze zijn opgeklommen tot vooraanstaande burgers. In het Duitse Keizerrijk – van 1871 tot 1918 – kregen hooggeplaatste figuren het tussenvoegsel ‘von’ bij hun achternaam. Daarmee was je dan van adel. De familie Bonhoeffer kreeg ook dat tussenvoegsel, maar vader Bonhoeffer zag daar vanaf.
Bonhoeffer had een innige band met de oma van zijn verloofde - feit
Dietrich Bonhoeffer had, vóór hij zijn verloofde leerde kennen, een bijzondere vriendschap ontwikkeld met Ruth von Kleist-Retzow. Ze had qua leeftijd bijna zijn grootmoeder kunnen zijn, maar hun vriendschap was geworteld in hun geloof. Ze was een bijzondere vrouw, een kritische gesprekspartner op wie hij zeer gesteld was – en dat was wederzijds.
Ruth von Kleist werd in de jaren dertig de moeder van de zogenaamde Pommerse Bekennende Kirche genoemd. In die tijd ontmoette zij Bonhoeffer. Later logeerde Bonhoeffer vaak bij haar en hij schreef in haar huis aan onder andere de boeken Navolging en Ethiek.
Bij haar ontmoette Bonhoeffer in juni 1942 haar kleindochter, Maria von Wedemeyer (1924). Bonhoeffer had haar al in de kerk gezien en ook catechisatie gegeven, maar nu sprong er een vonk over. Volgens haar moeder was Maria nog te jong en zij wilde het stel een jaar laten wachten. Op 13 januari 1943 gaf Maria Bonhoeffer wel haar jawoord, per brief, maar het jaar was nog niet om, dus ze zagen elkaar nog niet. Toen Bonhoeffer op 5 april 1943 gevangengenomen werd, maakten ze de verloving toch bekend – anders had Maria Dietrich niet in de gevangenis mogen bezoeken. Een periode van briefschrijven, onder censuur, en verlofbezoeken – achttien in totaal – volgde.
Hoewel ze achttien jaar jonger was dan Bonhoeffer, respecteerde hij haar om haar eigen capaciteiten en ontwikkelde ze zich tot een volwaardige gesprekspartner voor hem.
Bonhoeffer is in Berlijn geëxecuteerd - fictie
Op 5 april 1943 is Bonhoeffer in zijn ouderlijk huis, waar hij nog altijd een kamer had, gearresteerd. Tot 7 februari 1945 heeft hij in Berlijn gevangengezeten. Daarna is hij overgebracht naar concentratiekamp Buchenwald en twee maanden later is hij op transport gesteld naar Zuid-Duitsland, waar hij op 9 april 1945 in concentratiekamp Flossenbürg is opgehangen.
Bonhoeffer bemoedigde medegevangenen met Bijbelteksten - feit
Op 6 oktober 1944 werd Bonhoeffer vanuit de gevangenis in Berlijn overgeplaatst naar de Gestapo-gevangenis. In die gevangenis heerste een veel zwaarder regime, al zijn er geen aanwijzingen dat Bonhoeffer hier gemarteld is. De geallieerden voerden regelmatig bombardementen uit op de stad, dus ook op deze gevangenis. Tijdens die bombardementen vluchtten de bewakers naar de kelder en konden de gevangenen elkaar af en toe even zien. Op die momenten bemoedigde Bonhoeffer zijn medegevangenen met Bijbelteksten, die hij schreef op wc-papier – ander papier was niet voorhanden. Soms had hij een pastoraal gesprek met iemand en eenmaal vierde hij zelfs avondmaal in deze Gestapo-gevangenis. Toen hij in februari 1945 werd overgeplaatst naar de gevangenis van concentratiekamp Buchenwald, voerde hij ook hier gesprekken over het christelijk geloof.
Vlak voor zijn executie knielde Bonhoeffer neer bij het schavot - fictie
Op 8 april kwam Bonhoeffer in Zuid-Duitsland aan, waar de kanonnen van de Amerikanen in de verte al te horen waren. Hij hoopte dat hij het zou overleven, maar toen hij werd geroepen om zich klaar te maken, wist hij dat hij het niet zou overleven. Omdat het gebruikelijk was dat gevangenen na hun executie samen met hun spullen verbrand werden, heeft hij zijn spullen in bewaring gegeven bij andere gevangenen. Hij zei daarbij: “Dit is het einde, voor mij het begin van het leven.”
Vervolgens is Bonhoeffer meegevoerd naar concentratiekamp Flossenbürg, waar hij is opgehangen. Tien jaar later vertelde een kamparts dat hij vanuit een bepaalde hoek gezien had hoe het gegaan was: Bonhoeffer zou hebben geknield voor het schavot en heel innig hebben gebeden.
De uitspraak van deze kamparts is onderzocht, maar de conclusie daarvan was dat je vanuit die hoek geen zicht kon hebben op de executieplaats. Ook was er geen schavot; de palen waaraan gevangenen werden opgehangen, stonden zo in de grond. Bovendien gaven de Duitsers geen gelegenheid voor gebed. Mogelijk wilde deze kamparts zichzelf met zijn ‘getuigenis’ in een beter daglicht zetten. .
Dit artikel kwam mede tot stand dankzij Bonhoeffer-kenner dr. Gerard den Hertog en zijn vrouw Rieke den Hertog-van ‘t Spijker, die is afgestudeerd op Ruth von Kleist. Gerard schreef onder meer 'Bonhoeffer voor leken' en 'Dietrich Bonhoeffer, levenswijsheden'.
Meest gelezen
- Christa kreeg te maken met het vanishing twin syndroom: ‘Gelatenheid, verwarring en opluchting’
Persoonlijk verhaal
Christa kreeg te maken met het vanishing twin syndroom: ‘Gelatenheid, verwarring en opluchting’
- ‘Wacht maar tot het niet meer kan’ – Waarom Liesbeth (36) écht geen kinderen wil
Wil je zien
‘Wacht maar tot het niet meer kan’ – Waarom Liesbeth (36) écht geen kinderen wil
- Sandra overleefde een ernstig motorongeluk: ‘Mijn leven wordt nooit meer wat het was’
Persoonlijk verhaal
Sandra overleefde een ernstig motorongeluk: ‘Mijn leven wordt nooit meer wat het was’
Lees ook
- EO-telefilm 'Pinksterprins' wint Gouden Spiegel
Regisseur Karsten de Vreugd oogst lof voor autobiografische film
EO-telefilm 'Pinksterprins' wint Gouden Spiegel
- Column Margje: 'Het is hopen op een wonder'
Margje over Israël, Gaza en de Westbank
Column Margje: 'Het is hopen op een wonder'
- Verpleegkundige Linda is een hit op TikTok: ‘Lachen is belangrijk, zeker in de zorg’
Persoonlijk verhaal
Verpleegkundige Linda is een hit op TikTok: ‘Lachen is belangrijk, zeker in de zorg’